Hoe te meten?

Bloeddruk wordt gemeten met een bloeddrukmeter. Deze bestaat uit een bandvormige ballon en een meter. De ballon wordt om de bovenarm gevouwen en opgeblazen met een pompje tot de druk zo hoog is dat er geen bloed meer door de bovenarmslagader loopt (polsslag niet meer voelbaar). Nu laat men de druk in de ballon langzaam zakken door een ventieltje iets te openen. Op een gegeven moment is de bloeddruk hoger dan de druk in de ballon, zodat de slagader in de arm bij iedere hartslag even iets bloed doorlaat. Dit wordt gedetecteerd door de manometer.

De op dit punt afgelezen waarde van de manometer wordt genoteerd en is de bovendruk. Laat men de druk verder zakken, dan verdwijnen de tonen weer op het moment dat de slagader gedurende de hele meting openblijft. Nu leest men de onderdruk af.